Home  |  Downloads  |  Sitemap  |  Contact

Instituut Xelf

Instituut voor Psychische en Lichamelijke Voeding

Honger kennen we niet

 

Honger kennen we niet
Het was een warme zomerse dag. Henk (44) had een kniebroek aan, sandalen en een wijd shirt zonder mouwen over zijn corpulente lijf. Hij stelde zich voor met alleen zijn voornaam en dat deed ik toen ook.
“Leuk optrekje, hier” vond hij, terwijl hij het zich comfortabel maakte in de okergele fauteuil.
Ik bracht hem een zwarte koffie met suiker en een glas water. Koud water hielp het best volgens hem bij warm weer. Ik antwoordde dat mijn moeder vroeger altijd zei dat dit hete thee moest zijn. Hij trok zijn wenkbrauwen op. “In beide zit wel wat, denk ik”, vervolgde ik. “Koud water geeft direct wat verkoeling, maar daarna zet je lichaam de kachel aan om het water op lichaamstemperatuur te brengen en bij thee is dat denk ik net omgekeerd, dus waar je het meest verkoeling van hebt hangt mede waarschijnlijk af van hoeveel je drinkt, in welk tempo en hoe goed en snel je eigen systeem van opwarmen en afkoelen werkt op dat moment.
 
“Zit het allemaal zo ingewikkeld in elkaar?” vroeg Henk met een mengeling van nieuwsgierigheid en afkeer. “ Allemaal, lijkt me wat veel”, zei ik hem geruststellend, “maar naar mate ik dit werk langer doe, ontdek ik meer en zie ik ook meer verbanden”.
“Oh, zeg me dan maar hoe ik van dit vet af kom”. Hij pakt zijn buik vast en schudde deze op en neer. “Want ik snap het niet, ik eet soms de hele dag haast niks”.
 
Ik vroeg hem hier wat meer over te vertellen. Hij bleek in de bouw te werken en was vaak rond 16.00 uur klaar, dit wil zeggen voor zijn baas. Hij kluste vaak bij, ook zijn eigen huis had hij grotendeels met wat bevriende collega’s opgeknapt. Afhankelijk van waar hij was en wat voor klussen hij had, at hij wel of niet, vroeg of laat.
Ik vroeg hem of hij geen honger had als hij zijn lunch oversloeg. Hij keek mij verbaasd aan alsof hij niet kon begrijpen dat ik zo onnozel kon zijn. “Honger kennen wij hier niet” stelde hij overtuigd, “wat is nou honger…”
 
“Je bedoelt dat we geen chronische honger kennen zoals in de arme bevolkingsgroepen”. Hij knikte. “Ik bedoelde eigenlijk acute maaghonger, het rommelen van jouw maag of andere verschijnselen waaruit jij kunt opmaken dat jouw lichaam voedsel nodig heeft”.
Mompelend herhaalde hij: “Acute maaghonger…, wat een moeilijke termen. Honger bestond gewoon niet bij ons thuis, dus ik heb geen idee! Wordt dit net zo ingewikkeld als met het water?” richtte Henk zich weer naar mij.
“Nou heel eenvoudig ligt het niet, denk ik”, zei ik hem, “maar het wereldvoedselprobleem hoeven we hier niet verder volgens mij uit te spitten. De verschillende soorten honger die jij kunt ervaren, heb je wel nodig om een goede balans te kunnen vinden in of je eet, wat je eet en hoeveel je eet en verbruikt. Anders heb je wat te weinig goed gereedschap om af te kunnen vallen”.
 
De woorden ‘goed gereedschap’ vielen in goede aarde zag ik aan hem en zo begon ik hem te vertellen over maaghonger, mondhonger en hoofdhonger. De verschillen hiertussen en hoe deze te herkennen en wat te doen. Ik gaf hem een eetdagboek mee om zijn huidig ‘gereedschap’ eens goed te bekijken. Dit om in het vervolggesprek de balans op te maken en te kijken waar vervanging, ander gebruik of een ‘smeerbeurt’ nodig zou zijn.
“Ik zal wel eens zien hoe ver ik kom” zei hij. Hij vouwde de papieren op en stopte ze in zijn broekzak, groette me en vertrok.


14:13 28-10-2010