Ik heb de hele dag nog niet gegeten
Vanessa (15) had ik al een paar keer eerder gesproken. Elke keer schrok ik er toch weer van hoe mager ze was. Ze was 1,75 m en woog ongeveer 46 kg. Het was rond half vier ’s middags. Meestal bracht haar moeder haar, maar die zag ik nu niet in de wachtruimte toen ik Vanessa ophaalde. “Nee, die heeft me wel gebracht, maar doet even wat boodschappen”, vertelde Vanessa me opgewekt.
Ik nodigde haar uit om me te volgen naar de spreekkamer en vroeg haar wat ze wilde drinken. Tot nu toe wilde ze thee, kruidenthee, maar deze keer wilde ze water. Ik had hier zo wat gedachten over, maar liet deze wat ze waren en vroeg haar hoe het met haar ging. “Heel goed”, zei ze opgewekt, “ik heb de hele dag niet gegeten”.
Ik schrok, maar liet dat zo weinig mogelijk blijken en vroeg haar wat ze hier zo goed aan vond. Ze noemde dat ze weer controle had, zich sterk voelde en dat haar buik niet dik was. Ik zei dat ik het idee had dat ze zich wel trots voelde omdat dit haar gelukt was. Ze knikte enthousiast. “Jij voelt je trots op jezelf, omdat je iets gelukt is, wat heel fijn kan voelen. En weet je ook hoe je lijf zich hierbij voelt?”
Vanessa keek me niet begrijpend aan. “Hoe bedoelt u? Ik voel me sterk en mooi, dat is toch goed?”
Ik besloot haar wat concretere vragen te stellen. “Ik bedoel bijvoorbeeld, hoe warm voelen je handen en voeten aan?”
“Weet ik niet, voel ik niet, heb ik geen last van”, zei ze wat stuurs.
Rustig zei ik dat ik kon begrijpen dat wanneer zij er geen bewustzijn over had er ook geen last van had, maar dat dit niet automatisch betekende dat het dan dus goed was, ook niet dat het niet goed was.
Ik vervolgde met een voorbeeld over een onderzoek dat gedaan is bij mensen in de Randstad naar de invloed van lawaai op hun fitheid en bloeddruk. De mensen vertelden dat ze geen last hadden van het lawaai omdat ze er aan gewend waren. Toen ze deze mensen echter lieten slapen in een geluidsdichte ruimte, bleek bij vrijwel iedereen dat ze beter sliepen en een lagere bloeddruk hadden.
Ze keek me nog steeds wat stuurs aan. “Niet een leuk onderwerp, je lijf, hè?”zei ik begripvol. “Het past je niet zo om het daar over te hebben, net nu je je zo goed voelde over jezelf”.
Vanessa knikte. Ik ging verder. “Koud water wat je nu drinkt past bij kracht en trots, maar niet bij een verkleumd hongerig lijf en daar zit het koude water nu wel in…” Ik vroeg haar waarom ze dacht dat ook haar menstruatie uitbleef en ze donshaartjes kreeg.
“Te weinig eten”, zei ze met een benepen stemmetje. “Maar ik durf niet te eten, want dan kan ik niet meer ophouden en dan word ik heel dik”.
Ik zei haar, dat wanneer ze zou gaan eten, ze zich eerst inderdaad heel bang zou kunnen voelen en mogelijk ook pijn zou hebben. Dit, omdat haar lijf weinig gewend zou zijn. Ook zou dit kunnen voelen alsof ze heel dik zou zijn, maar dat ze ook weer zich warm zou kunnen voelen en leren om in vrede met haar lichaam te zijn in plaats van in oorlog of wapenstilstand. “Want wat je voelde was waarschijnlijk, dat jij je vandaag winnaar van je lijf vond. Haar behoeftes heb je overwonnen en daarover kun je je trots voelen. Maar bij winnaars horen verliezers: je lijf verloor van jou, maar je lijf is zolang je leeft ‘jij’. Je hebt dus ook verloren. Ik gun je jou trots van de overwinning, maar ook het mededogen met je lijf, dat verloren heeft”.
Vanessa legde de armen om haar magere lijf heen en haar ogen werden zacht. Haar gebaar ontroerde me. Ik had de neiging om haar weer te geven hoe ze nu in mijn ogen haar eigen lijf omarmde, maar deed dit niet omdat ik inschatte dat ze hier weer van zou schrikken en direct haar “beschermende” armen weer los zou laten en dit was zo’n kostbaar moment van “vrede”…..
14:13 28-10-2010
