Home  |  Downloads  |  Sitemap  |  Contact

Instituut Xelf

Instituut voor Psychische en Lichamelijke Voeding

Ik wil wel, maar mijn omgeving werkt niet mee

 

Jesse, een vriendelijke wat verlegen man van 43 jaar,  had ik ongeveer een jaar geleden voor het laatst gezien. Hij had 3 jaar geleden een maagband gekregen en was door zijn chirurg opnieuw naar mij verwezen, omdat hij een vergroot maagje boven de band had gevormd. Hem was geadviseerd weer enkele weken gemalen eten te nemen om vervolgens weer een foto te laten maken en te kijken of het bovenmaagje weer geslonken was tot de normale grootte.

Ik vroeg hem, wat volgens hemzelf, de oorzaak hiervan was. Hij bleef er wat vaag over en daarom besloot ik hem te vragen hoe, wat en wanneer hij at, voordat hij klachten gekregen had. Het ontbijt was nog vrijwel gelijk aan hoe ik het hem geadviseerd had. Rond de eerste pauze bleek hij nu echter alleen wat te drinken. “Geen tijd om te eten”, was zijn reden. Tijdens de lunch nam hij een drinkontbijt. “Ze lachen me uit als ze me zien prutsen met die kleine hapjes eten en ik wil niet hoeven overgeven op mijn werk” protesteerde Jesse.

“Is dat wel eens gebeurd dan?” vroeg ik hem. “Wat bedoelt u, dat uitlachen of het overgeven? Beide dus hè, anders dan deed ik het niet zo” verdedigde hij zich. “Zal ik verder gaan met hoe ik het deed? Bij de eerste pauze “s middags nam ik dat fruitdrankje met die extra vezels en als ik thuis kwam, dan rammelde ik van de honger natuurlijk en stond om vijf uur de stamppot klaar. Deze weken moet ik gemalen eten, maar dat deed ik dus al. Nu heb ik ’s avonds alleen ook nog honger, omdat ik niet zo veel stamppot meer eet. Daar zal het ook wel aan gelegen hebben, dat ik een pocket heb gekregen,  denk ik”.

Jesse bleek al meer dan een jaar zo te eten. Kort na de operatie was er begrip geweest voor zijn aanpassingen. Hij mocht wat vaker pauzeren om rustig te kunnen eten en zijn eten goed te verdelen, maar langzamerhand werden er wat grapjes over gemaakt, die later uitgemond waren in irritaties van enkele collega’s. “Ik was het gezeik zat” en hij keek me betekenisvol aan. “En nu zit ik met de gebakken peren”.

“Ik ben de laatste weken trouwens wel nog een paar kilo afgevallen, dus dat is een geluk bij een ongeluk”, concludeerde hij. Ik knikte en vroeg hem wanneer hij terug ging voor controle naar het ziekenhuis. Dit bleek al de week na ons gesprek te zijn. “Als het je lukt om het bovenmaagje weer in de normale vorm te krijgen, hoe ga je het dan aanpakken op je werk?

 “Kijk, ik wil echt wel normaal eten, maar mijn omgeving werkt dus niet meer mee, behalve mijn vrouw dan, die doet wel elke dag haar best om er voor mij nog wat van te maken, op een manier dat ik het rustig op kan eten en een flinke hoeveelheid binnen kan krijgen.“Eet je elke dag stamppot?” vroeg ik hem. Dit bleek niet het geval. In het weekend thuis, at hij overdag ook wel brood en fruit en dan kon hij een normale  hoofdmaaltijd gebruiken. “Maar van stamppot kan ik meer op, dus daarom deed ik dat in de week, omdat ik overdag niet veel eten krijg”.

“Hoe is je gewicht het laatste jaar geweest?” Vroeg ik hem. Het bleek dat dit stabiel gebleven was ondanks dat hij zich vaak hongerig had gevoeld en in zijn beleving niet veel te eten kreeg overdag. Toen ik nog wat preciezer navraag deed naar wat hij dronk op zijn werk, bleek hij gemiddeld 6-7 koppen cappuccino en een tot twee flesjes chocomel te drinken. “Anders hou ik het helmaal niet vol zo’n dag. Ik sta al op half zeven op en kom pas tegen vijven weer thuis”, was zijn argument.
“Ik hoor dat je klem zit op je werk, geen twijfel over, maar het kan zo niet doorgaan toch? legde ik hem voor.”Je gezondheid gaat er aan en je bent nog maar 43 jaar, nog lang niet met  pensioen. Ook heb je nog jonge kinderen die hun vader wel nodig hebben, lijkt me.  Dus wat ga je doen?” vroeg ik hem opnieuw. “Ja, ja ik weet het wel, mijn vrouw heeft ook al gezegd dat ik beter op me zelf moet passen en meer voor mezelf moet opkomen. Ik zeg op mijn werk dat ik meer en langere pauzes nodig heb en als ik zeg dat het van de dokter moet, lukt het misschien wel weer”. 

Ik zei hem dat hij dat kon proberen, maar wanneer hij er niet zelf achter zou gaan staan, ik hem niet veel en zeker niet voor lang, goede gevolgen voorspelde.
We maakten een vervolgafspraak kort na de datum van de uitslag uit het ziekenhuis om een nieuw eetpatroon van vaste voeding te bespreken. Jesse beloofde deze week nog, zijn dilemma aan te kaarten op zijn werk.
 

Voor meer informatie en andere verhalen: www.instituutxelf.nl  Telefoon 0515-415815

 



14:13 28-10-2010