Home  |  Downloads  |  Sitemap  |  Contact

Instituut Xelf

Instituut voor Psychische en Lichamelijke Voeding

Dat ik zoveel verschillende gevoelens op 1 dag heb...

 

Zo begon Nienke (17) toen ik haar vroeg of haar zelf dingen waren opgevallen toen ze haar eetdagboek na had gelezen. Ze had opgeschreven: wat ze at, waar, waarom, wanneer en hoe ze zich voelde op dat moment.
Ze voegde er nog aan toe: “Ik schrok ervan en dacht, ik mag wel aan de kalmeerpillen. Ik schoot in de lach, want dit had ik helemaal niet verwacht bij wat haar op had kunnen vallen; mij was iets heel anders opgevallen…”
 
Ik zei haar dat de meeste gevoelens gekoppeld zijn aan voorafgaande gedachten en dat een mens duizenden gedachten per dag heeft en dat het dus erg normaal is om diverse gevoelens te hebben op een dag.
 
Ze vertelde dat ze tot nu toe het idee had dat ze alleen maar slechte dagen, goede dagen of gewone dagen had : “Je beleeft dus veel meer per dag dan dat je dacht. Op een ander vlak schat ik in dat je veel minder variatie beleeft dan je beseft en dat was nu juist wat mij opviel in je eetverslag”. Nienke keek me vragend aan….
 
“Ik zag bij alle eetmomenten staan dat je, terwijl je aan het eten was, steeds ook iets anders deed zoals: tv kijken, lezen, opruimen, staande, tussen de werkzaamheden door, gezellig kletsend, achter de computer. Ook zag ik staan dat je snel en zonder aandacht at, wat me ook logisch lijkt als je leest hoe je eet”
“Is dat echt steeds zo? Ik dacht alleen bij het warme eten”. Ik liet het haar zien en zei: “ja, het is echt zo”.
 
“Wat is het eerste wat in je opkomt als je aan eten gaat denken”, vroeg ik haar. Zonder een moment te wachten noemde Nienke: “daar word ik zomaar dik van…!”
Ik vroeg haar of het woord eten bij haar gekoppeld was aan “gevaar”. Ze dacht even na: “Nou bijna altijd wel ja, behalve als het 1 volkoren boterham is met gezond beleg. Dan voel ik me daar wel goed over, maar ja, ik laat het meestal niet bij 1... dus dan wordt het toch nog weer link na 1 snee”.
 
Ik zei dat ik me kon voorstellen dat ze misschien daarom bedacht had om snel en onbewust te gaan eten. Nienke dacht na: “Maar dan doe ik het zelf dus, dat bang maken, op m´n hoede zijn, maar waarom doe ik dat dan?”
“Och, zei ik, eerst word je verteld dat jij moet oppassen met eten door misschien je vader of moeder, de schoolarts, de diëtiste en later zeg je het tegen jezelf en dan is de cirkel rond”.
 
Ik vroeg haar voor de komende weken eens andere meer aangename varianten te bedenken op:pas op….eten daar word ik zomaar dik van.  Bijvoorbeeld: Heerlijk….eten dat doet een mens goed…!.
Dit leek haar een moeilijke opdracht: “Best wel eng”, maar ze wilde er wel mee aan de gang: “Want dit wil ik zo ook niet houden”.
 


14:13 28-10-2010