Home  |  Downloads  |  Sitemap  |  Contact

Instituut Xelf

Instituut voor Psychische en Lichamelijke Voeding

Gemakkelijker gezegd dan gedaan

 

 
Addy (29) kwam voor de derde keer bij me. Ze had licht overgewicht. Tijdens het eerste gesprek was naar voren gekomen dat ze al langere tijd eetbuien had en braakte. Haar vriend, waar ze sinds kort mee samenwoonde, was er achter gekomen en had nu geëist dat ze hulp ging zoeken hiervoor. Door hoe haar driftige vader met haar dikke moeder om was gegaan had ze een grote angst voor dik worden ontwikkeld en veel woede opgekropt.
 
In het eerste gesprek was haar veel duidelijk geworden over de oorzaken. In het tweede gesprek hadden we het gehad over hoe nu af te komen van de gewoonte om overdag te weinig te eten en ‘s avonds te veel en dan te braken. Ze zou beginnen met op het werk totaal meer en ook wat vaker wat voedzaams te eten, al leek haar dat wel moeilijk, omdat ze op haar werk het liefst bekend bleef als iemand die weinig en gezond at. Ook zag ze er tegen op dat ze dan eerst misschien wel nog meer zou aankomen, omdat ze niet meer zou gaan braken.
 
Ik was benieuwd hoe het was gegaan en vroeg het haar. “Ik wil u eerst nog wat anders vertellen, zo apart” begon Addy en ze glunderde. “Mijn vriend heeft gezegd of eigenlijk wel bekend, dat hij een wat steviger meisje aantrekkelijker vindt dan een slanke, maar dat hij dat nooit eerder tegen mij had durven zeggen, omdat ik het zo afschuwelijk vond om te groeien. Raar toch?. Ik dacht dat mannen alleen maar van slanke vrouwen hielden en dat dacht ik ook van mijn vriend, maar hij wilde het alleen maar omdat ik dat zo graag wilde. Wel lief hè?”.
 
“Ja, zeker lief”, beaamde ik. “Een vader is een belangrijke persoon en rolmodel voor een dochter en als hij overgewicht onaantrekkelijk vindt, kun je gaan geloven alle mannen zo denken. Gelukkig dus niet waar. Wat betekent dit nu voor jou?”. Als eerste noemde Addy: ontspanning. Ze vertelde daarop dat ze nu wist dat ze niet bang hoefde te zijn dat hij haar zou gaan uitschelden, zoals haar vader haar moeder had gedaan. Dit maakte het gemakkelijker om ook minder zichzelf uit te schelden en om hem eerlijk te vertellen hoe ze zich voelde. Hij gunde haar een slank lichaam en wilde haar daarin steunen en als het niet zo zou lukken, zou hij haar nog heel aantrekkelijk vinden. Altijd goed dus”.
 
Ik sloot hierbij aan: ”Fijn om te weten dat hij zo graag wil dat jij het goed hebt. Zeker nu je nieuwe dingen aan het oefenen bent. Hoe gaat het met je plan om meer te eten op je werk?”. Addy liet weten dat het begin het moeilijkst was geweest, maar dat van haar ideeën die ze had over haar collega’s niet veel bleek te kloppen. Ze had gedacht dat iedereen zou vragen waarom ze nu vaker at en dat ze nu meer at. Het bleek tot haar verwondering dat het maar één collega was opgevallen en dat die het verstandig vond wat ze nu deed en dat zij ook wel herkende dat wanneer ze eten oversloeg, ze dan inhaalhonger kreeg en veel en gekke dingen ging eten.
 
“Maar wat wel veel moeilijker is om te oefenen met te zeggen wanneer ik het ergens niet mee eens ben. Dat is veel gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik ben eigenlijk zomaar heel kwaad, net als mijn vader….” en Addy bloosde ervan toen ze dit zei. “En ik wil niet schelden, maar weet ook niet wat dan wel te doen, dus doe ik niks of gaat het heel raar en akelig, zoals deze week een keer.”
 
Ik nodigde haar uit hierover te vertellen. “Nou ik had me deze week voorgenomen om als er iets was waar ik het niet mee eens was, er iets van te zeggen. Maar toen een collega mij weer vroeg om iets van haar over te nemen, terwijl ik al heel veel werk had, flapte ik er zomaar heel bits uit: “Nee, dat doe je zelf maar”. “Zij schrok van mij en ik ook van mijzelf en van haar en ze liep zo de kamer uit met haar stapeltje papieren en ze groet me nu niet eens meer”.
 
“Waarschijnlijk is ze vooral van je toon geschrokken en heeft dit als agressief ervaren. Ze was gewend dat je passief zou reageren en ineens klonk het onverwacht agressief en wilde je niet meewerken”. Addy knikte. Ik ging verder: “Dit effect is waarschijnlijk precies waarom je niet: “nee”, durfde zeggen tot nu toe?”. Ze knikt opnieuw. “Het kan fijn zijn, dat je eerst wat collega’s vertelt dat je graag wilt oefenen om vaker nee te zeggen. Dit om te leren beter voor jezelf op te komen, maar dat je nog niet goed weet hoe je dit goed kan doen en dat het er dus wel wat raar uit kan komen”.
 
“Een boodschap komt vaak ook beter over als je je zin begint met IK en niet met JIJ. Bijvoorbeeld: “ik kan dit er nu niet bij doen, of “ik vind dat niet”. Het helpt vaak ook goed dat je begrip toont voor wat de ander graag wil. Bijvoorbeeld: “ik snap dat jij graag wat minder werk wilt, maar/en ik wil niet meer werk erbij”of “jij hebt recht op jouw mening, maar/en ik denk er anders over”.
 
Als dit ook niet lukt, of je durft dit nog niet, kun je beginnen met dat je er eerst nog even over wilt nadenken voor je: “ja”,zegt. Dan kun jij nog wat nadenken en kan de ander ook wennen aan het idee dat het misschien niet gaat lukken wat zij of hij wil. Je hebt zo ook nog tijd om er hulp bij vragen van iemand die dit al op een goede manier kan. Addy zuchtte er van. “Wat komt er nog veel bij kijken… nou ja beter laat geleerd, dan helemaal niet.” Dat kon ik volmondig beamen.
 


14:13 28-10-2010