Home  |  Downloads  |  Sitemap  |  Contact

Instituut Xelf

Instituut voor Psychische en Lichamelijke Voeding

Het grootste stuk vlees was altijd voor mij

 

 
Meinte (59) kwam voor de eerste keer. Hij had verschillende klachten zoals hoge bloedruk, hoog cholesterol en overgewicht. Dit laatste was vooral de reden dat hij nu was doorverwezen. Hij maakte een vrij lusteloze indruk en het leek niet of hij hier echt wilde zijn. Ik vroeg hem dan ook of hij wel bezig wilde zijn met verbeteringen van zijn gezondheid. Hij zei van wel, maar het enthousiasme straalde er niet van af.
 
Ik vroeg hem of hij al eerder adviezen had gekregen wat betreft zijn problemen. “Niet veel” antwoordde hij, “een pilletje van de dokter en verder heb ik ook niet veel tijd gehad om me  er mee bezig te houden, werken en nog 3 opgroeiende jongens in huis, dan heb je wel andere dingen doen”. Hij keek me veel betekenend aan.
 
Bij verder navraag bleek, dat hij al langere tijd verhoogd cholesterol en hoge bloeddruk had en dat pas sinds het laatste half jaar, hij behoorlijk was gaan groeien. Dit laatste had te maken met dat hij nu geen lichamelijk zwaar werk meer deed, vertelde hij mij. We liepen zijn dagmenu langs. Meinte at stevige kost, nogal veel vlees, kaas en melkproducten met een hoog vetgehalte. Toen ik hem dit zei, ging hij rechter op zitten en antwoordde hij fier: “Een Friese boerenzoon eet stevige kost, nou? ”.
 
Ik zei hem dat ik het goed herkende als Friese boerendochter en dat margarine maar raar spul is in vergelijking met eerlijke roomboter. Hij knikte instemmend en ontspande zichtbaar.
“Wel jammer dat nu net de vetten uit deze dierlijke producten niet zo geschikt zijn, als je klachten hebt als de uwe”, legde ik hem voor. Meinte fronste zijn wenkbrauwen en kwaad: “Als ik mijn stuk vlees niet meer mag, kunt u me nu direct wel onder de zoden stoppen”.
 
Zwijgen van mijn kant leek me het beste nu en ik keek hem vragend aan. “Ik doe de hele dag al niks meer en als ik thuis dan ook niet meer de man ben, wat voor nut heeft het dan nog” zei hij stuurs.
 
Het bleek dat zijn bedrijf een half jaar geleden failliet was gegaan en dat hij z’n draai helemaal niet meer kon vinden. Thuis zat z’n vrouw niet op hem te wachten en hobby’s had hij nooit gehad. Hij was gewend dat het grootste stuk vlees altijd voor hem als man en kostwinner was. Hij vond dat hem zijn waardigheid was ontnomen en niet meer het grootste stuk vlees krijgen, zou de druppel zijn die de emmer deed overlopen.
 
Zijn houding bij binnenkomst snapte ik nu beter en bedacht dat de thema’s “waardigheid en zinvolheid ” eerst aandacht verdienden, omdat ik anders de kans niet groot achtte dat hij bereid zou zijn iets in zijn eten te veranderen of te verminderen. Hij had immers : “het laatste halfjaar al genoeg veranderingen en verliezen gehad”.
 
Mij werd nu ook duidelijker hoe hij het overgewicht was gaan ontwikkelen.
Zijn actieve leven was veranderd in rondhangen, bier drinken en net zo veel en vet blijven eten om thuis geen gezichtsverlies te lijden ten opzichte van zijn vrouw en zoons.
 
We zijn samen gaan kijken naar de betekenissen die hij nog steeds had binnen zijn gezin en in de maatschappij ondanks dat hij werkeloos was geworden. Hierdoor maakte hij zichzelf minder nutteloos. Daarna kon hij al enkele nieuwe betekenissen van waardigheid en zinvolheid bedenken als partner, vader en man en lid van de maatschappij, waardoor hij nieuwe perspectieven kreeg.
 
Bij mijn vraag of een goede gezondheid en vitaliteit deel uitmaakte van zijn waardigheid, kon hij met overtuiging zeggen, dat dit het geval was. “Oké, zeg me dan maar, wat moet ik doen met eten, want daarvoor was ik hier tenslotte…” zei hij en hij ging er eens goed voor zitten.
 


14:13 28-10-2010