Ik heb geen problemen, ik ben alleen te zwaar
Op mijn vraag waarvoor ze kwam, antwoordde Klaske (33): “Ik heb geen problemen, ik ben alleen te zwaar. Dat kan toch wel, dat je geen problemen hebt en te dik bent? Mijn jeugd was prima en ik heb het nu ook prima naar de zin. Ik word alleen steeds wat dikker en dat kan zo niet doorgaan”.
Een voorzichtige aanpak leek mij zinvol, gezien haar wat verdedigende houding. Geruststellend kon ik haar zeggen dat gelukkig niet aan ieder mens met overgewicht allerlei psychische problemen ten grondslag liggen. Ook dat er een heleboel mensen zijn met een normaal gewicht die wel psychische problemen hebben. Klaske knikte en ontspande wat.
“Wat wel een probleem is dat je niet in staat bent, door wat voor oorzaak dan ook, om wat je nodig hebt aan voedsel, in evenwicht te brengen met wat je ook verbruikt”. Klaske knikte opnieuw. Ze kon zich hier wel in vinden.
Ik ging verder: “Het kan zijn dat je moeilijk om kunt gaan met verleidingen als je iets ziet of ruikt om te eten bijvoorbeeld. Het kan zijn dat je moeilijk kunt stoppen als je iets eet wat je lekker vindt. Het kan zijn dat je niet goed onderscheid kunt maken tussen vol, verzadigd en tevredenheid”.
Het gezicht van Klaske betrok weer en ze schoof wat onrustig op haar stoel heen en weer. Ik vroeg haar of ze wilde dat ik de rij nog verder ging uitbreiden. “Aan de ene kant wel en aan der andere kant niet. Ik wil wel graag een oplossing, maar ik wil ook dat het eenvoudig is, niet van die ingewikkelde dingen, dat kan ik er niet bij hebben”. Ik vroeg haar wat ze bedoelde. “Nou, niets bijzonders hoor,” haastte ze zich er bij te zeggen, “druk met van alles zoals iedereen tegenwoordig. Een gezin, een baan een huis om te onderhouden. Allemaal prima, maar het kost wel tijd.”
Ik vroeg haar wat ze verwacht had, toen ze met mij een afspraak ging maken. “Dat u mij ging helpen, met een dieet of wat tips, niet te moeilijk.” Door deze uitspraak herinnerde ik mij een stukje dat de politicus Paul Rosenmöller schreef in een blad dat aan overgewicht gewijd was. “Volgens Rosenmöller willen mensen tegenwoordig: lekker, snel en gemakkelijk, dus staan wij volgens hem als Ministerie en medici er voor hoe gezondheid voor mensen te bevorderen op een voor hen gemakkelijke, lekkere en snelle manier.” Haar gezicht klaarde weer op.
Daarna vertelde ik haar dat ik het hier niet mee eens was, omdat datgene waar mensen gemakkelijk aan komen, niet van veel waarde wordt en dat ze dat ook zo weer loslaten. “Moeilijke dingen die je overwint, leiden tot meer zelfvertrouwen en jezelf overwinnen bij teleurstellingen en mislukkingen leidt tot meer zelfmededogen. Mensen met veel zelfvertrouwen en veel zelfmededogen blijken het gelukkigst. Niet de mensen die van alles zo gekregen hebben”. Ik zei haar dat ik me haar wens wel kon voorstellen, maar dat deze in mijn ogen niet reëel was.
“Ergens weet je dat natuurlijk ook wel, maar ik weet niet waar ik de tijd en energie vandaan moet halen om met mijn gewicht bezig te zijn,” zuchtte Klaske. Mijn vraag daarna was of ze wel hierin zou willen investeren als ze er tijd voor zou hebben. Dit wilde ze nu wel. Ik gaf haar terug dat ze dan in ieder geval nu kon erkennen dat haar gewichtsprobleem tijd en aandacht van haar zou gaan vragen en dat erkenning het begin is van kunnen veranderen.
“Eerst je tijdsbesteding eens in kaart brengen?” stelde ik haar voor. Als het je lukt hiervoor tijd vrij te maken dan kunnen we onderzoeken welke dingen jij aan te pakken hebt om je gewicht te laten dalen in plaats van stijgen.” Met gematigd enthousiasme van haar kant: “Goed, maar de andere dingen moeten niet in de knoei komen.” Ik gunde haar deze weerstand en was blij dat ze meer ruimte had dan aan het begin van ons gesprek en hoopte dat ze steeds enthousiaster zou worden als ze haar successen zou gaan incasseren.
14:13 28-10-2010
