Raak ik daar mijn vet van kwijt?
Henk (bouwvakker, 44 jaar) kwam voor de tweede keer.
Hij had van mij een eetdagboek mee gekregen om in te vullen wat hij at en dronk, wanneer hij at en hoeveel, waarom hij at, waar hij het at en dronk, met wie en hoe hij zich voelde op het moment dat hij ging eten en nadat hij had gegeten of gedronken. Ik kreeg bijna lege formulieren terug…..
De tijden waren overal bijna ingevuld, het “wat” was door hem globaal ingevuld: “brood met leverworst, koffie”. ‘Waar” en “met wie” werd ingevuld met “thuis” of “in de keet”. Het “waarom vakje” was grotendeels leeg. Er stond een keer “omdat ik dat altijd doe, gewoonte”, en bij het warm eten stond een paar keer “omdat ik wel zin in eten had”. Ook kwam ik regelmatig bij het genoemde drinken “dorst” tegen.
Over zijn gevoelens rond het eten had hij in het begin een paar keer “goed” en “gewoon” en een keer “slaperig” ingevuld (hij was toen na het eten op de bank in slaap gevallen, vertelde hij mij). Na drie dagen had hij deze kolom niet verder meer ingevuld. “Het was toch steeds hetzelfde” volgens hem.
Ik besefte dat er nog heel wat uit te zoeken viel, maar zei dat niet om hem niet te ontmoedigen. Ikzelf had er ondertussen al ruim 20 jaar leren, oefenen en ontdekken opzitten en ook ik was begonnen met heel weinig woorden voor wat ik beleefde. “Goed, slecht” en “het gaat wel”, wat dat ook mocht betekenen. En “waarom” ik iets deed, was eigenlijk alleen maar een vraag als inleiding om mij duidelijk te maken dat ik het niet weer moest doen en dat het heel stom was geweest wat ik gedaan had.
Ik begon met hem te vragen hoe hij bezig was geweest zijn ‘gereedschap’ rondom honger en eten te onderzoeken. Henk ‘bekende’ dat hij het niet zelf had opgeschreven, maar dat zijn vrouw dat had gedaan. Die smeerde toch zijn brood, kookte ook en deed de boodschappen. Het etensgebeuren was toch meer haar terrein. Wat later vertelde hij, dat hij op zijn werk niet met die vellen papier wilde zitten.
Ik besloot als uitgangspunt te nemen wat er wel was opgeschreven. Ik vroeg hem of hij het verschil kende tussen wat hij voelde in zijn lijf en wat hij ergens over kon voelen. Hij keek me niet begrijpend aan. Ik gaf hem wat voorbeelden van wat hij zou kunnen waarnemen in zijn lijf: warm of koud, hongerig, verzadigd, stijf, soepel, fit, vermoeid, enzovoort. Hij ontspande. “Natuurlijk ken ik dat wel, maar wat is de zin van dat opschrijven? Raak ik mijn vet daarvan kwijt, misschien?” Henk lachte schamper.
“Nee”, lachte ik met hem mee, “dat zou wel erg mooi zijn, maar als jij weet dat een kapotte dakgoot de oorzaak van lekkage is, heb je wel meer in handen om het euvel te verhelpen, dan wanneer je geen idee hebt waar het aan ligt, of niet?!”
“Daar zit wat in” vond hij.
Ik vroeg waar hij zich op dit moment bij mij in de spreekkamer bewust van was. Hij noemde: “warm, fit, niet hongerig, ook niet vol, wel lekker”. Ik vroeg hem welk voedsel of drinken bij deze situatie zou passen. “Nou niet direct stamppot boerenkool, maar wat fris zou wel lekker zijn”.
Toen vroeg ik hem wat hij zou doen als hij toch stamppot boerenkool aangeboden kreeg. Henk keek me wat argwanend aan. “Nou, dan eet ik het wel op, het zou er wel in gaan en een gegeven paard kijk je niet in de bek”.
“Zou je lijf verschil merken, denk je? En wat zou het voor je gewicht betekenen?”
Hij zag wel de verschillen. “Moet ik nu bij alles na gaan denken waar ik zin in heb?” Ik antwoordde: “Nou, alles is wat veel van het goede, maar wat dacht je van te beginnen met de eetpauzes?”
“Deal”. En zo gingen we uit elkaar.
14:13 28-10-2010
