Traktaties op mijn werk kan ik niet overslaan
Hier begon Viola (28) mee naar aanleiding van mijn vraag over punten ter verbetering van haar plan om af te vallen. Het bleek dat ze traktaties op het werk niet durfde te weigeren. Zelfs niet een traktatie die ze helemaal niet zo lekker vond. Ze durfde ook niet een klein stukje te nemen. Ik vroeg haar of ze wel het grootste stuk durfde te nemen. Viola keek me verschrikt aan: “Nee, ik kijk wel uit”.
“Vertel, wat is er gebeurd dat je het zo moeilijk op je werk vindt om te doen wat jij op zo’n moment graag wilt”, nodigde ik haar uit.
Aarzelend begon Viola: “Ik weet het niet precies, het is zo gegroeid, denk ik. Vijf jaar geleden ben ik hier gekomen en in het begin dan wil je niet opvallen natuurlijk; je moet eerst je plek wat vinden, tenminste ik wel”, verbeterde ze zichzelf. “Ik geef me niet zo gauw; ik moet me eerst wel goed op mijn gemak voelen….”.
Ik genoot van haar eigen verbetering; hoe persoonlijk ze hiermee haar geschiedenis weer maakte. Ze wachtte even en ik vroeg me af wat er nu in haar hoofd omging. Ik vermoedde een herinnering van haar als kind, maar wachtte af. “Het ging wel goed, ik heb mijn plek nu ook wel gevonden, durf ook wel voor mezelf op te komen. Het gaat al veel beter als vroeger, .... alleen nog niet met dit.”
“Ik heb wel samen met een collega een keer een poging gedaan om af te vallen; dat was wel leuk, toen durfde ik wel, maar dan ben je ook niet alleen” zuchtte ze. “De andere collega’s plaagden ons wel wat, maar we kwamen voor elkaar op en we hadden er ook wel lol om”. Haar gezicht klaarde op bij deze herinnering. “Maar Marga heeft ondertussen een nieuwe functie en we zien elkaar niet veel meer en nu durf ik dus weer niet”. Ze zakte terug in haar stoel.
“Dus?” herhaalde ik. De conclusie, die leek te verwijzen naar ook eerdere gebeurtenissen, was mij nog niet duidelijk. Ze perste haar lippen op elkaar: “Ach ik ben altijd al een “schijter” geweest en ik ben ook geen doorzetter”, velde ze een hard oordeel over zichzelf als persoon. Het huilen stond haar nader dan het lachen, meende ik te zien.
“Wiens stem hoor ik nu?” vroeg ik haar, verrast door deze wending. Viola schrok; “Eh….van mijn moeder, denk ik. Mijn moeder was vroeger ook dik, nou ja wat gezet, maar die kan heel streng voor zichzelf zijn en zij is nu slank. Als ze weer wat groeit, slaat ze gewoon alle lekkers een tijd over en is ze zo weer op haar gewicht. Ik kan dat niet, ik ben een slappeling.”
Hier ging ik nog niet op in. “Het lijkt niet of jij en je moeder veel lol hadden samen bij het afvallen, volgens mij heb jij als kind een eenzame frustrerende weg afgelegd…”. Toen kwamen de waterlanders. “Mijn moeder en ik zijn zo anders; we begrijpen elkaar niet, nu ook nog vaak niet. Met mijn vader kan ik het wel heel goed vinden, maar vaak was die er niet… En bovendien is hij niet dik; ook nooit geweest. En ik heb geen broers of zussen, dus mijn moeder zat er altijd bovenop bij mij; ik kon daar niet tegen op.”
Ze snoot haar neus en veegde nog wat tranen weg. Ik opperde: “Wel dapper dat je na zo’n ervaring als kind, toch nog weer een nieuwe poging aangedurfd hebt met een collega en prachtig dat Marga er zo anders mee om kon gaan dan je moeder”. Haar gezicht klaarde op: “Ja, zo gauw geef ik dus eigenlijk helemaal niet op, zo’n slappeling ben ik nog niet”.
“Ik mis Marga nu wel…., als je op dezelfde golflengte zit en er lol over kunt maken, wordt alles wel veel leuker en gemakkelijker”. Concluderend: “Dat wordt een nieuw maatje zoeken of het er weer met Marga over hebben, maar dat lukt mij wel”, klonk het toch met enige zelfverzekerdheid. ”Dat denk ik ook wel” bevestigde ik haar: “dat is je tenslotte eerder ook al gelukt, of niet dan?”
“Zo is dat”, opgelucht en opgewekt verliet Viola de kamer.
14:13 28-10-2010
