Home  |  Downloads  |  Sitemap  |  Contact

Instituut Xelf

Instituut voor Psychische en Lichamelijke Voeding

Zal ik toch zeker zelf weten

 

Meneer Van der Velde (61) was een vriendelijk ogende man die sinds kort van zijn Vut genoot. Hij had altijd in het verenigingsleven gezeten en deed dit nu nog, dus hij verveelde zich niet en soms had hij het zelfs druk, vertelde hij mij. Zeker nu tijdens de voorbereiding van de Kerstdagen in zijn kerkgemeente.
 
Hij vond dat het goed ging met zijn poging gewicht te verliezen; hij was al 6 kg afgevallen in 4 maanden. Ik vroeg hem wat ik op dit moment voor hem zou kunnen doen. “Tja…. soms heb ik van die momenten van onverschilligheid en dan eet ik gewoon alles waar ik op zo’n moment zin in heb. Zo’n baldadig gevoel van: ik zal toch zeker zelf weten wat ik doe”. Hij keek me wat verlegen aan en vervolgde: “U zult wel denken, zo’n rustige man van 60 plus… ik vind het zelf ook te zot voor woorden.”
 
Ik ging hier niet op in, maar vroeg hem te vertellen over die speciale momenten wanneer hij dat gevoel had en wat er aan vooraf kon gaan. Hij zuchtte en het leek of hij niet wist waar te beginnen met zijn verhaal. “Eigenlijk heb ik het al heel lang denk ik, misschien wel mijn hele leven, alleen werd ik er niet zwaar door en kwam het ook maar weinig voor. Dat is pas van de laatste 5 jaar. Toen begon ik er echt last van te krijgen en kreeg ik er ook nog diabetes bij”.
 
“Misschien is het wel erger geworden toen mijn vrouw ziek werd zeven jaar geleden”. Ik realiseerde me dat hij tot nu toe nog niets over zijn vrouw had verteld anders dan bij het eerste gesprek toen hij verteld had, dat hij getrouwd was en de kinderen al meer dan 10 jaar de deur uit waren. Hij vertelde nu over de ziekte van zijn vrouw, dat het was begonnen met acute reuma aanvallen. Ze was in de loop van de jaren steeds minder mobiel geworden. Ze ging ook zelden meer met hem mee, terwijl ze altijd een heel actieve levenslustige vrouw was geweest, eindigde hij met een zekere trots in zijn stem.
 
“Ze is niet meer de vrouw van vroeger” vervolgde meneer Van der Velde zacht. “Maar zij kan er ook niets aan doen. Ik doe mijn best om niets te laten merken en verzorg haar natuurlijk zo goed mogelijk. Ik heb geen reden om kwaad te zijn, maar soms ben ik dat wel, zo kwaad, dan kan ik wel van alles opvreten… en dat doe ik dan soms ook als ik alleen thuis kom na een vergadering bijvoorbeeld”.
 
Het was even stil en alsof hij zich wilde verdedigen: “Ik doe mijn best om elke dag mijn zegeningen te tellen en ik dank elke dag de Heer voor al het goede…., maar toch kan ik er maar niet echt mee in vrede komen… een bevredigend verenigingsleven vergoedt niet alles, je komt toch elke dag ook weer thuis”. “U mist uw vrouw van hoe ze vroeger was en dat mag niet lijkt het..” , zei ik. Zijn ogen werden vochtig… “Ja, ik mis haar soms zo en kan het haast niet volhouden om haar zo te zien aftakelen.”
 
Ik vroeg hem of hij zijn verdriet, kwaadheid en frustratie hierover met zijn vrouw zou durven delen en zei hem dat ik me niet kon voorstellen dat zijn vrouw niet ook deze zelfde gevoelens zo nu en dan had . Meneer Van der Velde knikte. “Zou u haar deze gevoelens verwijten en willen dat ze er niet met u over sprak?”, vroeg ik verder. “Nee, natuurlijk niet, maar ik wil het niet erger voor haar maken; ze moet zich er niet schuldig over gaan voelen”, antwoordde hij. “Als ik uw vrouw was, zou ik het fijn vinden als mijn man mij eerlijk zou vertellen hoe het soms voor hem voelde om mij te verzorgen en dat hij me erg mistte...”, vervolgde ik.
 
Hij zei dat hij er over na zou denken. Het uur was al inmiddels om en terwijl ik meneer Van der Velde een hand gaf, wenste ik hem vredevolle Kerstdagen toe in zichzelf en met zijn dierbaren. Hij bedankte me met een ferme handdruk en wenste ook mij fijne feestdagen en God ’s zegen.
 


14:13 28-10-2010